De liefde, het afscheid en Michael

18-11-2023 Artikel van Mieke Mosmuller

In deze uitgave van het Tijdschrift voor Levend Denken vinden we twee belangrijke thema’s, het thema ‘Michael’ en het thema ‘Brug over de stroom’, dat wil zeggen contact met de overledenen. Er zijn immers twee gebieden die in het gewone leven strikt gescheiden zijn: het gebied van de levende mensen op aarde en het gebied van de - niet minder levende - mensen in de geestelijke wereld die zich ofwel voorbereiden op een nieuwe incarnatie of die juist een incarnatie achter de rug hebben en die deze verwerken. Dat zijn twee strikt gescheiden gebieden in ons leven op aarde en dat is werkelijk de tragiek van de mensheid zoals die leeft in het na-atlantische tijdperk.

We zijn geboren om lief te hebben en om de liefde steeds meer en meer te ontwikkelen. Maar de mensenliefde heeft een ondraaglijk pijnlijke kant, namelijk die van het afscheid. Die zijde van de liefde maakt dat de op zich gelukzalige gevoelens van de liefde altijd ook een smartelijke keerzijde hebben. We zijn op aarde om lief te hebben en we ontwikkelen de liefde heel geleidelijk aan naar steeds hogere en hogere niveaus, maar of het nu om de liefde gaat die op de bloedband berust - bijvoorbeeld van de mama voor het kind of het kind voor de mama - of dat die liefde berust op een hoog gestemd ideaal of zelfs een concrete liefde is voor een even concrete God, maakt voor die smartelijke zijde van de liefde in onze tijd niet uit.
We hebben lief zoals we nu op dit moment als persoonlijkheid geïncarneerd zijn, te midden van andere personen, processen, de natuur, de politiek, de cultuur, de wetenschap, de kunst. Dat is onze wereld en natuurlijk hebben we heel veel kritiek. Maar we hebben ook heel veel lief. Alleen hebben we die liefde op die heel speciale manier die met deze incarnatie te maken heeft.
Ieder mens weet dat het object van die liefde vergankelijk is, of het object nu een mens is of de natuur of de hele aarde. We weten: Alles vergaat en inderdaad: De liefde vergaat niet. Het object van de liefde vergaat en dat vraagt toch een heel intensieve bewuste ontwikkeling, om met die onvergankelijke liefdeskwaliteit in een vergankelijke wereld het uit te houden.
Wanneer je heel veel van een medemens houdt, dan leeft op de achtergrond altijd het zeker weten dat er een onafwendbaar afscheid is. Je zoekt naar wegen om die pijn milder te maken. Een werkzaam geneesmiddel is om de geesteswetenschap in je op te nemen, waardoor je leert erkennen dat - ook al vervalt het uiterlijke bestaan - het wezenlijke toch behouden blijft en dat in die zin de liefde werkelijk onvergankelijk is. Maar we zijn als mensen nu eenmaal gehecht aan wat we hebben en waar we aan gewend zijn. Het is heel moeilijk om in dit aardse bestaan te leren leven met de meest intense liefde voor alles wat vergankelijk is, wat weliswaar in het wezenlijke niet vergankelijk is, maar in de verschijningsvorm wel. Juist daaraan, aan de verschijningsvorm, hecht onze liefde zich zo sterk.
Zo is de dood het schrikbeeld voor de liefde en het is een onafwendbaar schrikbeeld. Voor ieder mens komt dat moment van scheiden. Zelf beleef ik het op aarde achterblijven als een bijna onverdraaglijk verschijnsel, terwijl merkwaardig is dat je het toch kunt verdragen en dat je er ook weer ‘overheen komt’.
Als we nu toch als een werkelijkheid de geestelijke wereld, waarin de overledenen levend zijn, konden beleven! Niet als een gedachte voorstelling, of als een schoonheidsvolle geestelijke wereld, maar als een volle werkelijkheid - dan zou de scheiding nog altijd een scheiding zijn tussen de persoon die op aarde blijft en de persoon die de geestelijke wereld in gaat, maar het wezenlijke zou in een voortdurend contact kunnen worden behouden.

Dat laat het boek ‘Brug over de stroom’1 ons meebeleven. In zekere zin maakt het dan niet uit of de op aarde levende mensen die de boodschappen ontvangen deze helemaal juist geïnterpreteerd hebben. Het zou kunnen zijn dat dat niet het geval is. Wanneer je de gesprekken, of eigenlijk de monologen van de overledene, leest, kan een gevoel ontstaan, dat het niet helemaal juist is, dat er onvolkomenheden zijn. We moeten natuurlijk toch voor ogen houden dat pas in de kennistrede van de intuïtie er een zekerheid met betrekking tot de waarheid bestaat. In de intuïtie is er een zodanige eenheid van de onderzoeker met het wezen van wie de bekendheid wordt gezocht, dat er geen vergissing meer bestaat. In de inspiratie en de imaginatie is er wat betreft de interpretatie van geestelijke waarnemingen nog altijd een meer of minder grote mogelijkheid dat je je vergist. Zeker wanneer het gaat om mensen die niet tot een geschoolde helderziendheid of inwijding gekomen zijn. Dan is de mogelijkheid zelfs heel groot, dat weliswaar de geestelijke waarnemingen volledig waar zijn, maar dat de interpretatie nog te veel de kleur van de ontvangende persoonlijkheid heeft. Dat lijkt mij in het boek ‘Brug over de stroom’ vaker het geval. Maar ik wil daar verder geen kritische beschouwing aan wijden. Want, hoe het ook zij, het feit dat er een communicatie tussen een overledene en de achtergebleven familieleden plaatsvindt, is een troostrijke en ook opvoedende werking.
Wij hebben dat zo nodig, die troost met betrekking tot de onvergankelijkheid van de liefde tussen de wezens. Zonder een spoor van die troost in je leven kun je in feite alleen maar verharden en je in de liefde dan maar liever beheersen, dan dat je werkelijk in je vrij maakt wat je aan liefdesmogelijkheden in je draagt. De zekerheid van het ooit komende afscheid werkt dan sterker dan de hoop op een onvergankelijke betrekking tussen jou en de ander. Je keert je dan maar van de liefde af, of je leeft erlangs, of je zet hoog in op het materialisme.

Wanneer je door het levende denken wordt gevonden, dan is er een brug geslagen tussen twee werelden, die eerder door een afgrond van elkaar gescheiden waren. Het denken dat we kennen, dat in onze tijd het gebruikelijke denken is, is een dood denken. Dat denken leeft niet.
Er is misschien geen betere manier om de dood te leren kennen dan door de puur wetenschappelijke wijze van denken uit te oefenen en dan te beleven. Dan weet je: Zelfs als die gedachten over het leven zouden gaan, dan weet je dat er niets zo dood is als het wetenschappelijke verstandsdenken. Wanneer je er dan dankzij de aanwijzingen van Rudolf Steiner toe komt, het denken te activeren, met alle kracht die je hebt in het bewustzijn te brengen en daar te houden, dan komt het moment dat de aandacht als een noodzaak verschoven wordt van die dode inhoud naar de levende activiteit van het denken.
Dit is een van de mogelijkheden om te leren leven met de liefde en het afscheid. Je bent dan nog lang niet zover dat je directe mededelingen van de overledenen ontvangt, maar je kent wel de overgang van het dode aardse denken naar het levende geestelijke denken. Je weet dat het levende geestelijke denken het element is van de overledenen. Je kunt de hoop hebben dat je ooit, wanneer je de juiste oefeningen doet, in dat levende denken in staat zult zijn om met de overledenen samen te leven.

Maar dat is tevens de oproep van Michael in onze tijd. In het gewone denkbewustzijn kunnen we niet anders dan verlangen naar een afscheidsloos bestaan. In zekere zin is dat de egoïstische drijfveer naar de geest, maar het is een drijfveer die we nodig hebben. Wanneer we niet in de liefde tevens het afscheid beleven, dan hebben we geen drijfveer om naar de geest te streven. Het streven naar de geest is niet zozeer een zaak van vergroting van de kennis alleen. Het streven naar de geest is het verlangen naar het leven, ook wanneer het lichaam niet meer zal leven.
Het is mogelijk om in het leven, waarin het denken dood is, dit als het ware te laten rusten en over te gaan in de levende activiteit van het denken.
Dat is de oproep van Michael in onze tijd.

We hebben een aantal vrienden aan de dood ‘verloren’. We worden beproefd in het afscheid. Het boek ‘Brug over de stroom’ kan een troost zijn, wanneer je er niet in slaagt om met de geliefde overledenen in contact te blijven. Dan heb je in dat boek in elk geval een voorbeeld, waarin dat wel gebeurt.

Maar het allerbeste geneesmiddel tegen de angst voor het scheiden is een zo volledig mogelijk begrijpen van wat er na de dood met de mens gebeurt. Vanuit mijn ervaring zeg ik dan: Een veel betere en werkzamere remedie tegen de smart die met de dood samenhangt is het boek van Rudolf Steiner met de titel ‘Theosofie’. Rudolf Steiner heeft natuurlijk heel veel voordrachten gehouden over het leven na de dood en de omgang met de gestorvenen. Maar de grondslag van de overwinning op de doodsangst ligt in de Theosofie, daar waar hij de weg van de ziel door de geestelijke wereld heen beschrijft.
Toen ik pas met de anthroposofie in contact kwam, heeft iemand tegen mij gezegd, of ik heb het gelezen, dat wanneer je Theosofie leest, Rudolf Steiner vanaf dat moment je weg begeleider is. Dat het een onverbrekelijke belofte is, die met het boek ‘Theosofie’ samenhangt. Nu wordt er veel gezegd en zelf heb ik in feite alleen vertrouwen in wat Rudolf Steiner zelf zegt. Maar aan de andere kant liggen in dergelijke uitingen ook mogelijkheden besloten om de waarheid daarvan te beleven.

In elk geval is het bestuderen van het boek ‘Theosofie’ een dusdanige innerlijke krachtsontplooiing, dat je daardoor geneest van de angst voor de dood. Natuurlijk nooit voor honderd procent, maar wel voor een heel groot deel, waardoor het leven op aarde een heel andere kwaliteit krijgt en je de moed kunt vatten om de liefde die in jou leeft tot het alleruiterste te versterken, te verfijnen, uit te breiden over de hele wereld.
Dat is wat mij betreft de samenhang tussen de thema’s Michael, de liefde, het afscheid en ‘Brug over de stroom’. 



__________________
1 Brücke über den Strom, Sigwarts Mitteilungen aus dem Leben nach dem Tod, Oratio Verlag. Voor zover mij bekend is er geen Nederlandse vertaling.