Zum Raum wird hier die Zeit

31-12-2022 Artikel van Johan De Doncker

Tijd wordt tot ruimte. Dit is werkelijk het kernelement van waaruit Richard Wagner het hele werk “Parsifal” geconcipieerd heeft.
Bij de eerste kennismaking vond ik deze raadselachtige zin zeer poëtisch maar verder nietszeggend. Totdat ik vele jaren later deze exacte formulering terugvond bij R. Steiner in een lezing van 19 augustus 1923 : Eerste stappen naar imaginatieve kennis. 

73EBF5A1-DFB2-4DDC-AE02-4F71154D70BC

Richard Wagner 

Als het Griekse kunstwerk de geest van een mooie natie omarmde, dan moet het kunstwerk van de toekomst de geest van de vrije mensheid omarmen, over alle grenzen van nationaliteit heen. Het nationale wezen mag alleen maar een sierraad zijn, een charmante aanwinst voor het individu, geen belemmerend obstakel. (Uit: Kunst en Revolutie) 

Hierin zegt hij dat in de overgang van het gewone bewustzijn naar de Imaginatie “De tijd tot ruimte” wordt en dat deze bewustzijns-verandering die nodig is om tot de Imaginatie te komen onvoorbereid kan intreden door een of andere schok, zoals een drenkeling die zich in doodsgevaar voelt. 
Deze verwoording was ik letterlijk tegengekomen in Parsifal en door deze lezing vond ik de sleutel om het werk beter te begrijpen. Wanneer Kundry in het eerste bedrijf onverwacht aan Parsifal vertelt dat zijn moeder gestorven is (Seine Mutter ist tot ), komt hij in ademnood. ”Ich verschmachte” staat er in de tekst. Op dat moment begint de ‘Verwandlungsmusik’ die ik vooreerst gewoon als scene muziek had opgevat daar het toneel moet veranderen naar de graalsburcht. Parsifal zegt dan : “Ich schreite kaum, doch wähn’ ich mich so weit”. Ik vorder nauwelijks en toch lijkt het alsof ik reeds zover ben, waarin duidelijk wordt dat hij fysiek amper beweegt maar dat hij in een andere wereld of dimensie is gekomen. Hij ervaart een bewustzijns-verruiming waarbij er niet een vierde dimensie bijkomt maar, zoals Steiner zegt, we er een verliezen, zoals bij het panorama-tableau na de dood. (Wat in het leven na elkaar in de tijd verloopt, verschijnt na de dood naast elkaar in een ‘tweedimensionaal’ panorama overzicht.) 
In deze machtige muziek wordt deze ervaring ‘tijd wordt tot ruimte’ paradoxaal genoeg verklankt.
Paradoxaal, want muziek kan zich normaal gesproken enkel uitdrukken in de tijd. Dit feit wordt het meest ervaren in het metrum bijvoorbeeld het stapritme van een mars. Wanneer we nu dit marstempo werkelijk verlagen naar een zeer trage beweging, zoals in het Vorspiel van Parsifal (Sehr Langsam) wordt dit tijdsgevoel sterk gereduceerd, het wordt tijdlozer. 
Mijns inziens zondigen vele dirigenten hiertegen daar ze het vervelende trachten te ontlopen door het maar wat vlugger te spelen. We hebben in Antwerpen uitvoeringen gespeeld, die bij bepaalde dirigenten een half uur korter bleken te zijn ! Die vervelende traagheid moet door de dirigent vermeden worden door een mooie spanningsboog te kunnen bestendigen. 
Een goed voorbeeld is de mooie uitvoering van Karajan met de Berliner die nooit vervelend traag klinkt. Maar wanneer men dan de tijdsduur van het Vorspiel chronometreert, dan blijkt het een van de langzaamste uitvoeringen te zijn. 
Om dit tijdloze nog meer te benadrukken laat Wagner in het Vorspiel verschillende metrums gelijktijdig spelen. Het hoofdthema van het liefdesmaal wordt in een 4/4 maat gespeeld (Sehr Langsam) en een gedeelte van het orkest speelt terzelfdertijd in een 6/4 maatsoort, waardoor dit tijdsgevoel nog extra diffuus wordt en men zich in een tijdloze ruimte waant.

19AB819B-9AC3-4666-98E1-7460266A3B1C

Parsifal onderweg naar de Graalsburcht

Parsifal komt hier dus, zoals reeds gezegd, onverwacht en onvoorbereid tot een Imaginatie die hij helemaal niet kan duiden. Hij heeft deze beelden niet begrepen omdat hij nog niet tot Inspiratie en uiteindelijk door medelijden tot een volledige vereenzelviging met Amfortas’ lijden (Intuitie) kan komen. Hij wordt dan ook terug uit de graalsburcht verjaagd. (Zoals dit ook in het verhaal van Chretien de Troyes en Wolfram von Eschenbach gebeurt.) Hij moet een hele moeizame lijdensweg gaan totdat hij genoeg levenswijsheid heeft om de graalsburcht bewust terug te kunnen vinden. Dit wordt muzikaal uitgedrukt in de prelude van de derde Akt. 
Naast het verlangzamen en verdoezelen van het metrum gebruikt Wagner mijns inziens nog een derde aspect dat deze overgang tot de ruimte bewerkstelligt.
Een ‘normale’ melodie begint in een bepaalde toonaard en eindigt later terug in diezelfde toonaard. In zulke melodie worden de 7 tonen van de toonladder gebruikt. Zevenvoudigheid is verwant met de tijd. Bij Wagner is dit niet meer het geval door de voortdurende en vaak verrassende modulaties en chromatiek, waardoor de muziek zich afspeelt in de twaalfvoudigheid van de verschillende toonaarden. Twaalfvoudigheid heeft met de ruimte te maken. Dus ook hier gaat hij, door zijn specifieke kompositietechniek, van tijd naar ruimte. 
Wagner was zich bewust dat elke toonaard met een bepaalde gevoelsstemming samenhangt. Dit was ook reeds bij Bach en meerdere componisten van de romantiek bekend, maar werd meer gebruikt om een specifieke toonaard te kiezen voor een gans werk. (Dit besef is bij hedendaagse componisten teloor gegaan.) Hij zal steeds een bepaalde toonaard kiezen omdat deze bij een bepaalde situatie past en moet daardoor voortdurend moduleren. Hij gaat hierin zelfs zo ver, dat hij op een bepaald woord in de tekst van toonaard verandert omdat dit woord een omschakeling naar een andere gevoelsstemming verlangt. 
Soms verandert hij naar een en harmonische toonaard die klankmatig (op de piano) hetzelfde klinkt maar toch duidt op een transfiguratie of metamorfose van het gegevene, dat dit gegevene door een ander licht wordt beschenen. 
Een prachtige introductie tot Parsifal is de CD van de pianist Stefan Mickisch die deze twaalfvoudigheid van de toonaarden en hun onderlinge verwantschap duidelijk maakt. Ten zeerste aanbevolen ! 

Verder heb ik me steeds afgevraagd waarom in de vertellingen van Chretien en Eschenbach het beeld wordt gebruikt van de graal en de bloedende lans in de graalsburcht. Bij Wagner daarentegen is dit zinnebeeld volledig veranderd. Bij hem kan wegens de zinnelijkheid van Amfortas, de speer door Klinsor gevat worden en verwondt Amfortas hiermee.
Parsifal zal hem uiteindelijk herwinnen en graal en speer verenigen en aldus de wonde van Amfortas genezen.
De graal wordt met het vrouwelijke (passieve) en de speer met het mannelijke (actieve) geassocieerd. In ons gewone bewustzijn zijn we in een wereld van polariteiten: Geestmaterie, Mannelijk-vrouwelijk, subject-object en hier ook speer en graal die steeds gescheiden zijn. 
In de Filosofie der vrijheid is er een gelijkaardige tegenstelling van waarneming en begrip, die enkel in de menselijke geest op een hoger plan kan worden samengebracht om deze gespletenheid van mens en wereld te overbruggen. Parsifal slaagt erin om in het domein van de graalsburcht, die in de Imaginatie-Inspiratie-Intuitie kan worden gevonden, deze polariteiten van graal en speer te herenigen en zo Amfortas te genezen van zijn kwaal. Parsifal wordt de nieuwe graalskoning als rechtmatige opvolger. 
Een vast thema in de meeste van Wagners opera’s is de vraag naar de verhouding tussen mannelijk en vrouwelijk, tussen erotische liefde en ideële liefde : Venusberg en Elisabeth in Tannhäuser, Brunhilde en Siegfried in de Ring, Tristan en Isolde waar de vereniging in het transcendente gezocht wordt in de nacht en dood (Hymnen an die Nacht – Novalis) en uiteindelijk Parsifal en Kundry. Amfortas vervalt aan de zinnelijkheid. Parsifal kan de verleiding weerstaan omdat hij door Kundry’s kus plots het lijden van Amfortas begrijpt.(Durch Mitleid wissend) Het lijden dat hij voordien in de graalsburcht niet kon duiden. 
In Wagners victoriaanse tijd was het erotische en in meer algemene zin het zinnelijke een sterke verleiding waardoor men niet meer tot de kenkrachten van de graalsburcht kan doorstoten. Er is een eigentijdse regie die toch de geest van Wagner respecteert. (Een DVD met de Staatskapelle Berlin met als dirigent Daniel Barenboim in een regie van Harry Kupfer). De bloemenmeisjes worden hier vervangen door TV-monitors die beelden van mooie meisjes geven. Deze ersatz-imaginaties zijn vandaag nog een grotere verleiding om zich passief te laten vollopen met virtuele beelden van buitenaf. De capaciteit vernietigend om innerlijk actief beelden te vormen en alzo de imaginatie te ontwikkelen, om dan in een bovenpersoonlijke sfeer de speer en de graal te kunnen herenigen. Dit is een van de weinige zinvolle hedendaagse regies. De meest andere zijn een ‘follie’ van de regisseur die de intentie en diepgang van Wagner volledig negeren. 

Een van de meest absurde is een regie waar ‘Raum wird hier die Zeit’ letterlijk wordt genomen en astronauten naar de ruimte sturen. In een andere dan weer wordt er een zwangere Maria Magdalena als Kundry op de scene gezet , misschien in de geest van de Da Vinci code ? 
Een van de meest ziel-dodende is de regie van Schlingensief in Bayreuth waar de resurrectiekrachten van de graal gezocht worden in een door wormen verterende paashaas. Werkelijk een anti-graal regie en dat in Bayreuth, toen nog onder het beleid van de kleinzoon van Wagner. 

Een laatste overweging is de betekenis van de laatste zin in Parsifal : Erlösung dem Erlöser. Wordt hier Parsifal verlost of Christus. Misschien beiden ? Het klinkt ook meer als een oproep, een mogelijkheid in de toekomst die wordt verlangd en die in vrijheid kan worden aangegaan. 
Een oplossing op deze vraag kan misschien gevonden worden in een vers van R. Steiner : 

So lang du den Schmerz erfühlest,
Der mich meidet,
Ist Christus unerkannt
Im Weltenwesen wirkend;
Denn schwach nur bleibt der Geist,
Wenn er allein im eignen Leibe
Des Leidesfühlens mächtig ist 

Zolang we enkel onze eigen pijn voelen, moet Christus de pijn van de wereld dragen.
Door ons in vrijheid, vol van wil in het denken, trachten te verheffen naar de graalsburcht, nemen we een deel van Zijn lijden op ons en verlossen we Hem en de wereld. 

FFA4B4EB-0911-42D2-806B-002E8CB9985F

“Durch Mitleid wissend, der reine Tor
Harre sein, den ich erkor” 

“Door medelijden wetend, de reine dwaas
Wacht op hem, die ik uitverkoor”