Voordracht van Mieke Mosmuller in de Steinerschool te Turnhout (BE) - Deel 1

09-01-2015 Artikel van Mieke Mosmuller
Voordracht van Mieke Mosmuller in de Steinerschool te Turnhout (BE) - Deel 1

Ik vind het heel leuk om een keer zo dicht bij huis te zijn, we reizen wat af door Europa. Zo dicht bij huis als Turnhout hebben we nog geen voordracht gehad. Breda en Tilburg zijn toch net iets verder af van Baarle Hertog dan Turnhout.

De vraag is: In hoeverre heeft een Rudolf Steiner school nog verbinding met het werk van Rudolf Steiner? Ik heb op een ander vakgebied een heel interessante ervaring opgedaan, dat was twee jaar geleden. Toen werd ik gevraagd om een openingsvoordacht te houden voor een groep van studenten in de Demeter landbouw in Fulda, Noord Duitsland. Daar kwamen zo'n 200 jonge mensen bij elkaar en er werd mij de vraag gesteld of ik het volgende thema wilde behandelen: In hoeverre heeft de biologisch dynamische landbouw Steiner nodig?

Er werd mij ook verteld dat het grootste gedeelte van de studenten in de overtuiging was dat dat absoluut niet nodig was, dat de biologisch-dynamische landbouw Steiner helemaal niet meer nodig heeft. Sterker nog: Dat ze zich daar zelfs tamelijk sterk tegen verzetten. Dus u kunt zich wel voorstellen dat je je dan afvraagt: Hoe moet ik dit gaan doen tegenover zo'n volle zaal met mensen waarvan je van te voren al gehoord hebt dat ze het thema eigenlijk helemaal niet zien zitten? Ik heb toen gaandeweg een soort oplossing gevonden door de vraag te retourneren, een tegenvraag in mijn voordracht in te bouwen, namelijk deze: Waarom zijn jullie eigenlijk biologisch-dynamische landbouw gaan doen? Je kunt in het leven wel op een makkelijkere manier geld verdienen, dus waarom zou je het jezelf zo lastig maken als je het ook eenvoudiger kunt doen? Er moet wel een bepaalde affiniteit, een bepaalde verbondenheid zijn met het verschijnsel biologisch dynamische landbouw als je dat speciaal kiest. Niet alleen biologisch, maar echt biologisch-dynamisch. Dan weet je dat de grondprincipes van die wijze van landbouw en veeteelt echt van Rudolf Steiner stammen. Er kan natuurlijk nog door onderzoek heel veel aan zijn toegevoegd in de afgelopen eeuw, maar de grondidee en ook de mogelijkheid om daarop verder te gaan, die vind je toch bij Rudolf Steiner.

Iets vergelijkbaars is er met de Steiner scholen, met de Vrije scholen, aan de hand. Ik heb me daar nog eens op bezonnen en me afgevraagd: Zou je ook een Vrije school kunnen voortzetten terwijl je Rudolf Steiner afwijst? Uiterlijk kan alles, maar wanneer je dit innerlijk gaat bekijken, dan kom je toch met een groot probleem te zitten. Want het is zo dat er, bijvoorbeeld in dit geval in het onderwijs, heel veel intelligente mensen zijn die heel goed kunnen nadenken en die allerlei ideeën hebben over wat een kind nou eigenlijk is, wat het nodig heeft, hoe je een kind het beste kunt opvoeden, hoe het het beste in verhouding kan worden gebracht met de maatschappij van later enzovoort, enzovoort.
Daar danken wij onze steeds wisselende onderwijsprogramma’s aan. Ik weet niet of het in België ook zo is, dat het onderwijs steeds in verandering is, door voorschriften van de staat? Er zijn natuurlijk mensen aan het werk die met bepaalde probleemsituaties voor ogen trachten het onderwijs te verbeteren. Dat aan de ene kant, en aan de andere kant heb je ook de mensen die de pedagogie, het onderwijs, echt hebben geprobeerd te veranderen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Maria Montessori die een Schoolbeweging in gang heeft gezet (ik weet ook weer niet hoe dat in België is gegaan) die in Nederland een behoorlijke opgang gemaakt heeft.

Wat is dan eigenlijk het verschil met Rudolf Steiner? Daar ligt meteen de toegang voor het thema van vanavond. Want bij Rudolf Steiner vinden we een wijsheid met betrekking tot het kind, tot het schoolgaande kind, tot de puber, maar ook tot de jonge volwassene en uiteindelijk ook tot de volwassen mens die niet berust op zozeer intelligente ideeën, niet op nadenken over wat nu eigenlijk een mens is, wat een kind is en hoe het onderwijs zou moeten zijn, maar die berust op iets heel anders en dat is: Een werkelijk diepgaand spiritueel inzicht in het wezen van de mens.

Er is heel veel over te lezen, we hebben een omvangrijke 'Gesamtausgabe' van Rudolf Steiners werk en je zou een heel jaar kunnen vullen met lezen van voordrachten. Als je iedere dag een bundel zou lezen, dan zou je de boeken nog niet gehad hebben. Dus we hebben een enorme hoeveelheid literatuur ter beschikking, maar we moeten natuurlijk uitkijken dat we vervolgens zelf ook niet weer mensen worden die vinden dat zij dankzij het werk van Steiner verrijkt zijn met een beter nadenken, met goede ideeën en met een vermogen om meer speculatief te overwegen wat een kind nu eigenlijk is. We moeten toch altijd een zekere bescheidenheid blijven betrachten ten aanzien van de grondlegger van deze pedagogie: Rudolf Steiner zelf. Je moet je er iedere keer weer bewust van zijn dat hij een mens geweest is, zonder hem te willen ophemelen, die in zichzelf zo hard gewerkt heeft aan het in de juiste verhouding brengen van een vermogen tot helderziende waarneming, en een wetenschappelijk denken, dat je wanneer je je dat echt bewust wordt, en je leest vanuit dat bewustzijn al die voordrachten en boeken, er iets in je opkomt wat zegt: Eigenlijk kun je het werk van Rudolf Steiner helemaal niet lezen zoals je gewend bent boeken te lezen. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in het feit dat je,wanneer je leest, een gevoel van onvrede hebt, een gevoel van: Ik kan niet echt zeggen dat ik het doordring met mijn begripsvermogen, er blijft een rest over waar je overheen kunt kijken, waar je overheen kunt lezen, maar waarvan je je ook zou kunnen afvragen: Wat is dat eigenlijk? Het is zo'n groot verschil met wat ik heb als ik andere boeken lees. Als ik een gewoon pedagogieboek lees of een psychologie boek, of een medisch boek, dan kan het zijn dat ik het niet begrijp, maar dan weet ik: Ik begrijp het niet. Als ik Steiner lees dan kan het zijn dat ik zeg: Ja ik begrijp het wel, en toch blijft er een gevoel van ‘onbevredigdheid’, een gevoel ‘dat je iets nalaat’ achter.

Dat zou dan een oproep kunnen worden om het niet te laten bij het lezenvan Steiner, maar om een overgang te zoeken naar een bepaalde manier van omgang met zijn werk, waardoor die onvrede of die onbevredigdheid, dat gevoel iets na te laten, omgezet wordt in een, ik wil niet zeggen tevredenheid want dat wordt het nooit helemaal, maar wel in een gevoel van op weg te zijn.

Zo hebben we sinds een aantal jaren in Driebergen een werkgroep met leraren, waarmee we de menskunde bestuderen. De menskunde zoals Steiner die gegeven heeft in de pedagogie. Daar heb je een geweldig werkterrein om niet alleen te lezen maar om veel meer te doen met datgene wat daar gegeven wordt. Je komt er in de eerste twee voordrachten al achter dat het wezenlijke eigenlijk is bij de Steiner pedagogie, dat Steiner als uitgangspunt de mens ziet! Niet alleen ziet, maar dat hij weet, dat de mens een reïncarnerend wezen is. Ik zie niet hoe je op een Vrije school zou kunnen werken, met achter je de Steiner pedagogie, als je niet zelf als leerkracht zou kunnen komen tot het erkennen dat een mens een wezen is dat zich telkens opnieuw op aarde incarneert. Want dat is eigenlijk de grondslag voor de houding die je dan tegenover het kind hebt. Dat wordt in de eerste voordrachten die Rudolf Steiner gegeven heeft, bij de voorbereiding voor de opening van de eerste Waldorfschule, direct duidelijk.

SteinerSchuleThurnhout(Steinerschool - Turnhout)

Wanneer je vanuit een anthroposofisch gezichtspunt menskunde wilt bestuderen, wilt doen, dan is het van belang dat je je daar uitvoerig mee uiteenzet: dan leer je iets kennen wat bijvoorbeeld in mijn geval, nog totaal niet onder ogen geweest was in dit leven. Je begint je niet alleen te realiseren dat je hier op aarde bent, maar dat je al eens eerder op aarde geweest bent en dat je toen ook gestorven bent. Je kent het verschijnsel van het sterven, al ben je het dan vergeten, het moet toch iets zijn wat je hebt meegemaakt. Na dat sterven begint het ziele-geestwezen de reis door de geestelijke wereld. Eerst worden alle indrukken, alle gevolgen, alle verbondenheid, alle vastzitten aan het aardeleven in de meest verschillende vormen losgemaakt en afgelegd. Je leert je leven dan ook beoordelen vanuit een ander standpunt dan het standpunt dat je op aarde had: vanuit een hoger objectief standpunt. Je leert doormaken wat je in je leven hebt verricht. Wanneer dat doorstaan is, dan begint een hogere tocht door de geestelijke wereld waarin in de samenklank, samenspraak, samen-denken en samen-herinneren met de hogere geestelijke werelden de aanleg voor het fysieke lichaam wordt, ik kan niet zeggen bedacht, maar er wordt wel een denklichaam gevormd, een lichaam dat een bouwplan is voor het lichaam van de volgende incarnatie.

We hebben met ons tamelijk triviale denkvermogen, ons wat afgevlakte voelen en de wil die eigenlijk helemaal niet meer met voelen en denken bezig is, behalve dan in het willen van dingen omdat je ze wenst, er heel veel moeite mee om ons ook een reële voorstelling te vormen van wat de mens dan doormaakt. Maar wanneer je dat bij Rudolf Steiner opneemt in de verschillende bundels die daarover zijn verschenen, én in de Theosofie, en je probeert daar werkelijk met de beleving mee te gaan, dan krijg je toch in ieder geval een vermoeden van de ongeëvenaarde gelukzaligheid en verhevenheid waar de mens in die hogere werelden langzamerhand doorheen gaat. Wanneer hij eerst een toon in de wereldharmonie geworden is, vervolgens een woord van het wereldwoord, dan gedachte in het wereld denken en tenslotte een verbinding heeft gekregen met datgene wat de grote kosmische wereldherinnering is, dan gaat de mens daar nog bovenuit voor zover de kracht in het ziele-geestwezen reeds aanwezig is, en verheft zich als het ware boven de vaste sterren. Hij doet daar de impuls op om, als hij daarvoor uitverkoren is, later wanneer hij weer op aarde is, zich te kunnen verbinden met de geest en dan in christelijke zin daarover te kunnen spreken, denken, schrijven enzovoort. Je moet je bij dat hoogtepunt, wat Rudolf Steiner ‘het middernachtelijk uur’ noemt, echt voorstellen dat je dan midden in het verloop van de weg bent, eerst omhoog en dan weer omlaag, daarna begeef je je dan op weg terug naar de aarde en worden die wereldkwaliteiten weer langzaamaan omgezet in individuele kwaliteiten die dan tenslotte op aarde moeten worden tot persoonlijke kwaliteiten. De wereldherinnering wordt weer langzaamaan het vermogen tot persoonlijke herinneringen, het wereld denken wordt vermogen tot menselijk denken, het wereldwoord wordt omgevormd tot het vermogen te spreken en tenslotte gaat het muzikale gemoed mee naar de aarde. En terwijl je, wanneer je de opgaande weg doormaakt je je zou kunnen voorstellen dat je daar als het ware buiten jezelf geraakt, dat je zo wijd wordt dat je van buitenaf naar jezelf kijkt bij wijze van spreken, dan is het zo dat wanneer je weer neerdaalt, dat die wijdsheid zich langzamerhand weer omvormt in een samentrekking die tenslotte ook leidt tot een verlies van dat grootse geestelijke bewustzijn. Je moet als het ware zoals de Grieken dat zagen eerst wanneer je opstijgt de rivier de Lethe over om de aarde te vergeten, maar wanneer je je terug beweegt vanuit de hemel naar de aarde, dan moet je ook weer de rivier over om de hemel te vergeten. Zo vindt dat gelouterde geest-zielewezen, dat zo'n weg heeft doorgemaakt, tenslotte ook weer terug wat er aan last-, schuld- en gewoonteleven bij die persoonlijkheid hoort. Dan komt het moment dat het aardeleven echt gaat beginnen.

EenKind

Wanneer je dat met je beleving doorleeft, doordenkt, en je stelt je dan voor dat er een kind geboren wordt, je hebt die zuigeling in je armen en je ziet het in het wiegje liggen, dan gaat er toch werkelijk iets heel anders door je heen dan wanneer je dat kindje ziet als een min of meer toevallige genetische constellatie, als een toevallig samengaan van een eicel en een zaadcel waarbij eigenlijk alleen de familiaire voorvaderen en de omgevingsfactoren een rol spelen. Maar wat een ander beleven van het kind wanneer je het zo bekijkt dat het die hele reis heeft doorgemaakt en met die kosmisch-geestelijke, weliswaar vergeten herinnering in het aardeleven aantreedt, of dat je het kind ziet als een fysiek schattig wezentje dat helemaal berust op het materiële bestaan.

Als je je dat probeert meditatief voor te stellen en te beleven, en je probeert daarbij iedere keer weer opnieuw om niet de belevingsintensiteit te verliezen, dan kom je langzamerhand in een belevingswereld waarbij je je kunt voorstellen dat daaruit, wanneer dat een werkelijkheid zou zijn, deze inzichten in het leven tussen geboorte en dood en geboorte, de principes van de vrije schoolpedagogie geput zijn. Dat je je voorstelt, wanneer je met een kind te maken hebt, je te maken hebt met een individualiteit die al eens een keer gestorven is, die die hele weg heeft doorgemaakt, zich terug beweegt naar de aarde en die in een nog lang niet afgerond proces het aardeleven begint. Daar ligt een belangrijk punt, dat je je realiseert dat het kindje dat je tegemoet treedt niet kant en klaar aan je zorg wordt toevertrouwd, maar dat het in feite een op aarde komen is van iets is wat nog een heel lange tijd doorgaat. Als opvoeder heb je alleen de taak om datgene wat het aardeleven het kind in de weg legt en wat je als opvoeder uit de weg kunt ruimen, dat je dat ook doet, dat je inzicht hebt in welke belemmeringen er op de weg van de incarnatie zijn waardoor een individualiteit niet kan worden, niet zou kunnen worden wie hij of zij is. Als we dan vanuitdatgezichtspunt gaan kijken naar wat nu eigenlijk denken en waarnemen is, dan krijg je een grote diepte in het perspectief.

Rudolf Steiner beschrijft dat datgene, wat wij als mensen als denkvermogen hebben, als voorstellingsvermogen, in feite het voorgeboortelijke leven is. Wat de mens daar gedaan heeft, dat wat in het voorgeboortelijke leven in de geestelijke wereld gedaan werd, komt in een oneindig verzwakte en ook getrivialiseerde vorm in het voorstellingsleven en het gedachteleven in ons tot bewustzijn. Dat is op zich één van de opgaven wanneer je de menskunde gaat bestuderen en je je afvraagt: Wat is dan eigenlijk dat menselijk denken? Je vindt dez