Dionysius Areopagita

27-01-2020 Artikel van Jos Mosmuller

Johann Fercher von Steinwand was een groot Oostenrijks dichter. Hij leefde in de jaren 80 van de negentiende eeuw in Wenen. Het mooiste wat hij heeft geschreven heeft Rudolf Steiner hem ontlokt in de tijd dat hij nog student in Wenen was. Hij vroeg hem: ‘Hebt u misschien nog iets kosmisch geschreven?‘ Toen zei hij ja, en nam daarop twee teksten mee naar het café, waar zij elkaar telkens ontmoetten. Het waren: Chor der Urträume en Chor der Urtriebe. Vier deelnemers hebben het gedicht Chor der Urtriebe tijdens het Himmelfahrtsseminar in het Berner Oberland in 2017 gereciteerd en dat was een geweldige ervaring. Rudolf Steiner heeft veel later, toen hij al spiritueel leraar was, over Johann Fercher von Steinwand gezegd, dat deze geleefd heeft in een vorige incarnatie in de vroegchristelijke tijd in het oude Griekenland.

Daarbij wil ik graag aanknopen. Ik wil een reis naar de oudheid maken, naar de jaren 50 na Christus, naar Athene. We zien daar een man door het mooie oude klassieke Athene gaan – men moet zich voorstellen dat Athene een zeer bekende stad was, door de filosofen en de ingewijden. In die tijd was het een provincie van het Romeinse rijk, had veel van haar grootsheid verloren, maar was nog altijd het centrum voor kunst en filosofie.

Areopagus
De Areopagus onder de Akropolis

Deze man zag een stad vol met tempels en godenbeelden, 3000 altaren gewijd aan de Griekse Goden. Hij was zeer verwonderd, toen hij ook een altaar vond waarop geschreven stond: gewijd aan een onbekende God. We vinden deze man beschreven in de Apostelgeschiedenis 17 – deze man is Paulus. Paulus bezocht Athene meermaals, maar deze keer zeiden de mensen tegen hem: ‘Gij moet ook eens naar de Areopagus gaan.’ Dat was een berg waar recht gesproken werd, het woord Areopagus wordt tot op heden in Griekenland voor de rechtspraak gebruikt.

De Areopagus ligt in de buurt van de Akropolis, met daarop het grote beeld van Pallas Athene. Paulus ging niet naar de Akropolis, hij ging naar de Areopagus. Daar zei men hem: ‘Er wordt hier niet alleen recht gesproken, maar ook gefilosofeerd, en wanneer gij wilt kunt gij een rede houden.’ Dat heeft hij gedaan en hij ging uit van de ontdekking van het altaar met de inscriptie: Voor een onbekende God. Hij zei: ‘Daarover wil ik tot u spreken, want die God ken ik. Deze God heeft in Palestina geleefd, is gestorven aan het kruis, is echter na drie dagen opgestaan uit de dood.’

Zeer veel Grieken gingen na zijn rede teleurgesteld weg. De Grieken, de Atheners, waren liever een bedelaar in deze wereld dan een koning in het rijk der gestorvenen. Zij hoorden niet graag spreken over de dood. Een dergelijke God vond men maar een slaaf, want sterven aan het kruis was iets voor een slaaf. En aan die opstanding konden ze niet geloven…
Maar er was één toehoorder, met nog enkele anderen, gebleven. Die ene was raadsheer van de Areopagus en bij hem was Amaris, een vrouw, die ook bleef. Zij namen aan wat Paulus vertelde.

Later werd deze raadsheer – volgens de geschiedschrijver Eusebius – de eerste bisschop van Athene: Dionysius Areopagita. Hij was bisschop van een kleine christengemeenschap die daar gesticht werd. In de uiterlijke geschiedenis is echter niet bekend, dat hij van Paulus de opgave kreeg om een mysterieschool te stichten. Paulus was een ingewijde en heeft aan Dionysius zeer veel geopenbaard van zijn wijsheid. Hij was oorspronkelijk lid van de Mysterieschool der Farizeeën, en was als Farizeeër al in vele occulte geheimen ingewijd. Door de gebeurtenis voor Damascus heeft hij de Opgestane aanschouwd en zich hierdoor tot grote hoogte ontwikkeld. Hij heeft visioenen en verlichtingen gehad, openbaringen ontvangen, hoe de mens met hulp van de Hiërarchieën steeds hoger en hoger in de geestelijke wereld kan opstijgen. Deze geheime leer heeft hij aan Dionysius doorgegeven.

Deze Hiërarchieënleer van Dionysius werd niet opgeschreven, maar zoals in het begin van het Christendom door het enorme geheugen nog mogelijk was, van mond tot mond overgedragen. Pas in de zesde eeuw leefde een man, die ook Dionysius de Areopagiet heette, en die in de moderne tijd Pseudo-Dionysius de Areopagiet genoemd wordt, die een groot werk geschreven heeft: Corpus Dionysius Areopagita.
Hij is degene die opgeschreven heeft, wat door de eeuwen heen mondeling werd overgebracht van de ene Dionysius op de andere. Het is geen mysteriewerk, maar bedoeld als aanwijzingen hoe men door transcendentie tot God kan komen. Het zijn drie Boeken. Het eerste: De Goddelijke Namen; het tweede: Het boek over de Hiërarchieën en over de mystieke theologie; Het derde boek zijn de tien brieven. Het eerste boek beschrijft hoe men op verschillende wijzen tot de verlichting en tot God kan komen. De eerste weg is de Openbaring. God is naamloos, kan niet benoemd worden. Je kunt alleen omschrijven en zeggen: God is Goedheid, God is Schoonheid, God is Liefde. Er kan dan nog een onderverdeling worden gemaakt: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

Een volgende mogelijkheid is dat je door God doordrongen wordt in emanatie. God emaneert in de mens. Dan is er de epectasis, zoals in het Oude Testament, dat de mens zichzelf tot God kan oprichten, doordat hij bepaalde gevoelens in zich wekt. Dit alles noemde men de katafatische theologie, de positieve theologie. Men trachtte welomschreven uitdrukkingen te vinden om God te karakteriseren, zodat men enigermate toegang kon vinden tot Zijn Wezen.

De mystieke theologie daarentegen gaat uit van de apofatische theologie, de negatieve theologie. Men neemt negatieve uitspraken en zegt: Daarbovenuit gaat nog God. God is niet gewoon goed, maar gaat daar bovenuit in een aard die wij niet kunnen vatten. Meister Eckhart in de dertiende eeuw gaat daarnaar terug en fundeert zijn mystiek op de negatieve theologie, maar ook op de katafatische theologie. Meister Eckhart spreekt meermaals negatieve dingen uit over God en wil dan daarmee aantonen dat God daar bovenuit gaat.

Het tweede boek over de hemelse Hiërarchieën: God heeft zich geëmaneerd in de drie Triaden van de hemelse Hierarchieën. De eerste Hiërarchie ontvangt het Licht en de Liefde van God direct als emanatie. De tweede en de derde Hiërarchie ontvangen dit niet direct van God, maar ontvangen het uit de ‘handen’ van de boven hen staande hiërarchische wezens. Tevens wordt hierin de kerkelijke Hiërarchie beschreven. Hier bestaan twee Triaden. De eerste triade bestaat uit de bisschoppen, de priesters en de diakens. De tweede Triade bestaat uit de monniken, het heilige volk, de catechumenen en de boetelingen. De liturgie is dan een afbeelding van de kosmische liturgie. De Pausen droegen de Tiara, een metalen mijter met drie kronen. Paus Paulus VI was de laatste die de Tiara nog gedragen heeft. Paus Benedictus XVI is daarmee opgehouden. De Tiara bevat drie kronen, deze zullen betekend hebben dat de Paus hierdoor in verbinding stond met de hogere Hiërarchieën. Officieel wordt gezegd: De Paus heeft de heerschappij over alle koningen en staat in directe verbinding met Christus.

De Tien Brieven geven de goddelijke duisternis weer. Door transcendentie kon de mens doordringen tot het goddelijke licht. Een voorbeeld is hoe Mozes de berg op gaat, gehuld in duistere wolken, die steeds donkerder worden ... totdat God komt en hem de stenen tafelen met de tien geboden geeft.

Bij Dionysius vinden we tevens het onderscheid tussen Eros en Agape. Eros is de zelfzuchtige, menselijke liefde. In het Symposion van Plato spreekt Socrates met zijn leerlingen en vraagt: ‘Wat is Eros?’. De gasten aan het maal antwoorden: ‘Eros is een God’. ‘Nee’, zegt Socrates, ‘hij is geen God, maar is een wezen dat bemiddelt tussen de Goden en de mensen.’ Eros heeft een intense begeerte naar schoonheid, maar omdat hij die zo sterk heeft is hij zelf niet schoon of mooi. Van Eros kan men de ware liefde niet krijgen. Hij geeft de zelfzuchtige liefde, de begeerte.

Agape daarentegen komt van God, het is de liefde die niet zelfzuchtig is, die onzelfzuchtig is, die gegeven is door God. De grote katholieke denkers in de Middeleeuwen, zoals Thomas van Aquino en Albertus Magnus, doen een poging om Eros en Agape samen te brengen. Luther haalt beiden dan juist weer uiteen en zegt: ‘Nee: Agape is het Goddelijke, Eros is het menselijke! Dat gaat niet samen!’

Dionysius
Pseudo Dionysius Areopagita

Bij Pseudo Dionysius vinden we een poging om beiden te verenigen: Eros en Agape bevinden zich op hetzelfde niveau, eigenlijk zijn zij gelijk. Hij roept daarmee iets op wat niet begrepen wordt en een man als Luther kan dat onder geen voorwaarde accepteren. Maar Dionysius zegt: Omdat Christus zich op aarde in een mens begeven heeft, heeft hij Eros omgevormd. Er wordt dan zelfs gezegd: Christus is de hoogste goddelijke Eros. Christus heeft Eros op het niveau van Agape gebracht – en dus komen zij wel degelijk samen. Het brengt je op de gedachte van het lagere ik dat zich verenigt met het hogere Ik. Wat zegt nu Rudolf Steiner over Dionysius Areopagita? In de band ‘Perspektive der Menschheitsentwicklung’, GA 204, zegt hij: ‘De werkelijke Dionysius Areopagita had de bedoeling om de etherische astronomie met het Christendom te verbinden. Wat is etherische astronomie? Dat is dat Christus, het Zonnewezen zich met Jezus heeft verbonden, en zo de gehele Hiërarchieën wereld heeft meegenomen naar de aarde. Sinds Christus is de Hiërarchieënwereld niet meer alleen in de Kosmos, de geestelijke wereld, maar heeft zich met de aarde verbonden. Hier op aarde kunnen we de Hiërarchieën vinden. De preexistentie (het voorgeboortelijke) heeft zich zo ook met de aarde verbonden. Alles wat de mens is, verbindt zich door Hem met de aarde.’

Manuscript

Pseudo-Dionysius – Manuscript Art

Wat Dionysius gebracht heeft, heeft men als neo-platonisch geduid. Hij ziet het zo: Wil de mens tot God komen, dan moet hij zich boven het verstand uit ontwikkelen, dat moet hij doen door de anafatische theologie, dus door de negatieve theologie. Gaat men van het positieve uit, dan blijft men in het verstand, zoekt men het ontkennen, dan komt men in het bovenverstandelijke. Augustinus heeft in zijn ziel naar God gezocht. Hij zocht de geestelijke wereld in zijn ziel, maar hij kon zich daar niet geheel toe verheffen, de werking van de materiële wereld was te sterk. Hij gaf zich tenslotte nederig over aan de Moeder Kerk, maar heeft zeer gestreden in zichzelf om de juiste opvattingen te vinden. Rudolf Steiner beschrijft, dat keizer Constantijn de Grote de katholieke kerk reeds geheel tot een instituut had gemaakt. Zo werd het Christendom verbonden met een instituut en keizer Justinianus (529) heeft daarop de Jura-Codex gebracht en daarmee de dogmatiek in de kerk volledig bekrachtigd. Hij heeft ook de filosofenschool in Athene gesloten, die nog terugging tot Dionysius. De filosofen moesten uitwijken naar Perzië, naar Gondishapur.

Toch kon men in die tijd nog door middel van de oude Platonische mysteriewijsheid in verbinding komen met de geestelijke wereld. Deze wijsheid liep door tot in de school van Chartres. Men begreep het Christendom nog als een kosmisch Christendom en kende ook de Hiërarchieënleer nog heel goed en levendig. Maar de dogmatiek wordt steeds sterker. In de 13e eeuw komt de scholastiek op en wordt het verstand zo sterk ontwikkeld dat deze het fundament kon worden voor de latere natuurwetenschap. De verbinding met de etherische astronomie is daardoor geheel verbroken. De anthroposofie brengt het grootse gebeuren van de Opstanding van Christus in de etherwereld in de 20e eeuw tot bewustzijn van de mensheid. Door het sterk opkomende materialistische denken in de 19e eeuw kwam het tot een dusdanige verduistering in de geestelijke wereld, dat Christus daar als het ware een verstikkingsdood heeft doorgemaakt, maar daaruit opnieuw is opgestaan. Die opgestane gestalte wordt in het verloop van de 20e eeuw voor steeds meer mensen zichtbaar. Zo kunnen we ons nu opnieuw boven het verstand uit ontwikkelen, zoals Dionysius dat in de oude tijd deed met behulp van de negatieve theologie, zo kunnen we dat nu op een geheel nieuwe wijze. We kunnen een opstanding in het denken tot stand brengen, dankzij de opstanding van Christus in de etherwereld. De etherische astronomie komt dan opnieuw binnen ons bereik.

Engel
Negen Engelkoren naar Dionysius. Mozaïek in de Koepel van het Baptisterium in Florence