De ondergang van de oude helderziendheid (Götterdämmerung)

14-03-2018 Artikel van Jos Mosmuller

In het begin van de 5e eeuw v. Chr. werden Noord- en West-Europa vooral bevolkt door de Germanen en de Kelten, en in latere eeuwen door de Galliërs, de Saksen en de Noormannen. Omstreeks 500 v. Chr. meldde de Griek Hekataios van Milete het bestaan van een volk dat hij de Keltoi of Kelten noemde. Kort daarna vermeldde Herodotus 445 v Chr. dat hun gebied van oorsprong gezocht moest worden tussen de Alpen en de Donau

Zoals alle volkeren die toen in Europa leefden, hadden de Germanen en de Kelten meerdere goden en godinnen, ze hadden een natuurreligie. Dit hield in, dat ze in de verschillende krachten in de natuur een god of godin zagen. Deze vinden we terug in de Germaanse Mythologie die vooral behouden is in de Edda, een verzameling liederen uit het middeleeuwse IJsland. De Edda gaat terug op de Drotten of Druiden mysteriën. Het woord ‘Druïde’ komt van ‘Dru’ dat eik betekent. De priester of wijze man van het noorden werd Eik genoemd. Tijdens de midwinterceremonie sneed een in wit geklede Druïde met een gouden sikkel de maretak uit de heilige eik. De afgesneden plant mocht de grond niet raken en werd in witte doeken opgevangen. De maretak werd tegen ziekten en onheil gebruikt. Dit ging gepaard met dieroffers voor de vruchtbaarheidgodin Freya. De Druïde leidde ook de mysteriën van Baldur en Loki, te vergelijken met de Osiris- en Isismysteriën in Egypte. Ze maakten hiervoor gebruik van steenkringen of megalithische bouwwerken (Stonehenge). Ze hadden tevens heilige waterbronnen en heilige bomen. Er lag een enorme macht in de handen van de Druïdepriesters, over leven en dood beschikten zij. Maar wat eens het Hoogste en Heiligste was raakte in decadentie en in de tijd waarin het christendom zich uitbreidde waren er vele zwarte magiërs. Tenslotte werd het christendom als een bevrijding gezien.

Druiden
Druïdes

In de germaans-keltische mythologie, de mythologie van het noorden, vinden we, zoals ook in de Bijbel, de geschiedenis van het ontstaan en vergaan van de wereld.

Er was een Gingungagab, een gapende leegte. In deze gapende leegte vormde zich een enorme ijsmassa, die langzaam smolt tot water ... en daar kwam een oerwezen uit tevoorschijn, dat wezen heette Ymir. Je zou kunnen zeggen dat dit de Keltische vorm is van Adam Kadmon. Ymir was een reusachtige mens, een reus. Hij was hermafrodiet, dat wil zeggen half man, half vrouw en hij had een plantachtige gestalte. Hij kon allerlei gestalten uit zich voortbrengen. Zo baarde hij uit zich Odin, Wille en Weh, dat zijn de drie broeders. Odin wordt ook wel Wodan genoemd, hij werd later de Oppergod. Deze drie broeders werden dus geboren uit de oermens Ymir. Toen de broeders een tijd lang samen waren, wilden zij een mensenrijk scheppen, waarover zij zouden kunnen heersen. Maar ze wisten dat dit alleen mogelijk zou zijn wanneer zij de oermens Ymir zouden doden, om dan uit hem een nieuwe wereld te scheppen. Dat hebben ze gedaan... Ymir werd gedood en uit zijn schedel werd de kosmos met de hemel en de sterren gemaakt; uit zijn hersenen werden de wolken gevormd; uit zijn vlees werd de aarde geschapen, zij werd Midgard genoemd. Uit zijn bloed werden de rivieren gemaakt. Toen alles ontstaan was, was er ook een boom ontstaan, Yggdrasil, de levensboom, die deelde het rijk in drie delen: beneden Niflheim, in het midden Midgard en boven Asengard. Niflheim was het rijk der doden, Midgard de aarde en Asengard het rijk der Goden, dat bij Odin hoorde. Odins geslacht was het geslacht van de Asen, die atmosferische goden zijn. Het geslacht van Wille en Weh was het geslacht van de Wanen, dat is de meer aardse familie van goden.

Asen zijn uitgesproken wijze en handelende, strijdende goden. Wanen zijn vruchtbaarheidsgoden, goden van de zee en de overvloed.

Aanvankelijk begon een grote broederstrijd, maar langzaamaan kregen ze vrede met elkaar en ontstond er een splitsing in twee rijken: Asgard de hemel en Waanheim de onderhemel. Wille en Weh en hun volgelingen werden de Wanen in Waanheim en de Asen in de Hemel waren de goden met Odin als de Oppergod, daar was ook het Walhalla, waar de krijgers werden opgenomen die op het strijdveld gesneuveld waren. Het Walhalla was een enorme zaal met grandioze afmetingen. Het Walhalla zou 500 poorten hebben met 500 zalen die elk 800 krijgers herbergden. De vloer was met speren bedekt, de wanden bestonden uit schilden en op de banken lagen pantsers. Voor de westelijke poorten hing een wolf en een adelaar zweefde erboven. Het andere dodenrijk, Niflhel, of Niflheim was bedoeld voor de zieken, ouderen, de vrouwen en voor mannen die een natuurlijke dood waren gestorven. Deze wereld werd geleid door de godin Hel. Dan waren er nog Alfheim, het rijk der Elfen en Muspelheim de vuurwereld.

Odin
Odin of Wodan

Odin of Wodan, Watanaz, de wetende, was een zeer krachtige heerser en krijger, die de wijsheid van de wereld had. Zo werd hij ook wel Alvader genoemd, omdat hij één van de scheppers van de wereld was. Hij werd eveneens ‹de wandelaar› met de staf genoemd, omdat hij altijd onderweg was en tussen de mensen aanwezig, om nieuwe kennis op te doen. Hij kon van gedaante veranderen en beleefde aldus vele avonturen Hij ging naar een andere reus, Mirmyr, die aan een klein meer woonde. Als je uit het meer mocht drinken beschikte je over grote wijsheid. Maar om te mogen drinken moest er iets aan Mirmyr afgestaan worden. Odin gaf hiervoor zijn oog en mocht drinken. Hij verkreeg de grote wijsheid. Vanaf toen droeg Odin de naam de Eenogige en droeg voor zijn linker oog een ooglapje. Mirmyr reisde vanaf dat moment steeds met Odin mee. Odin kreeg van Mirmyr twee raven op zijn schouder, Huginn en Muninn, deze waren zijn denken en zijn geheugen. De raven gingen de wereld in en brachten hem de wereldwijsheid terug. Bovendien had hij een speer, Gungnir, die altijd doel trof, hij had een wandelstaf waaruit verse plantbladeren groeiden, het was een staf vol leven.

Verder had hij nog twee wolven, Geri en Freki, dat waren de vraatzucht en de veelvraat. Eten deed hij zelf niet, dat deden de beide wolven. Hij dronk slechts wijn en kreeg daardoor steeds nieuwe wijsheid erbij. Hij droeg ook een ring, Draupnir, daarmee kon hij zich onzichtbaar maken. Uit deze ring kwamen wekelijks negen nieuwe ringen voort. Zijn paard, Sleipnir, was een achtbenige hengst, die hem door de hemel en naar de onderwereld droeg. Odins schip heette Skidbladnir, een schip dat alle goden kon dragen, maar opvouwbaar was tot het slechts zo klein was dat het in een broekzak paste.

In de oceaan die ontstaan was uit het bloed van Ymir, bevond zich een wereldslang die daarin rond zwom, de Midgardslang. Deze was zo groot, dat zij zich rondom de wereld winden kon en zich dan in de staart kon bijten. Dan was het een gesloten geheel.

Odin bracht een offer door zichzelf op te hangen aan de levensboom Yggdrasil om zijn wijsheid te voeden. Eén van die dingen die hij wilde verkrijgen was het bezit van de magische runen (het runen ritsen). Dit waren tekens bestaande uit krachtige lijnen met het doel ze gemakkelijk te tekenen op rotsen, metalen of hout. De runen zouden toegang geven tot de machtige natuurkrachten. Odin wist heel goed, dat als hij nu maar voor altijd in zijn wijsheid zou blijven, hij de wereldkrachten heel goed zou kunnen blijven beheersen.

Maar onder aan de wortels van Yggdrassil, de levensboom, daar leefden de drie Nornen of schikgodinnen, die aan een weefgetouw alsmaar voortweefden, ze weefden aan het lot van de wereld. De drie Nornen heten Urd (oorsprong, het noodlot uit het verleden), Verdandi (wordende, of het heden) en Skuld (schuld, toekomst). Zij woonden naast een bron die onder de moederboom Yggdrasil in Asgard stond. Het drietal onderhield tevens de levensboom Yggdrasil door witte leem op het steeds rottende hout te smeren.

Yggdrasil
Yggdrasil

Odin wist alles, ook dat er na lange, lange tijd een einde zou komen aan zijn heerschappij, want hij wist dat hij zelf zou worden meegesleurd in de Ragnarök, het lot van de heersende machten, ook wel “Götterdämmerung” genoemd. Slechts met zijn wijsheid kon hij het einde uitstellen, opschuiven in de tijd. In de Operacyclus van Richard Wagner, Der Ring des Nibelungen, is deze mythologie uitgebeeld en hoorbaar gemaakt. Maar er gebeurden twee dingen, waardoor het Ragnarök naderbij kwam. Er kwam oorlog tussen de twee godenfamilies, de Asen en de Wanen. De grote burcht der Asen werd vernietigd door de Wanen, omdat de Asen de verzoeken van de Wanen niet wilden inwilligen. De Wanen waren incestueus en hielden zich bezig met naar het inzicht van de Asen verderfelijke praktijken. Daarom weigerden de Asen in te gaan op het verzoek van de Wanen om de rijkdommen der aarde te verdelen. De Asen mishandelden Goudroes, die het goud bij de mensen bracht. De oorlog brak uit, de burcht der Asen werd vernietigd.

Een ijzige reus, een Vorstreus of rijpreus uit Niflheim bood aan om Asgard te herbouwen, op voorwaarde dat hij Freya, godin van de schoonheid en vruchtbaarheid, tot vrouw zou krijgen. De Asen stemden hiermee in, mits de burcht binnen zes maanden klaar zou zijn. De reus begon met bouwen en tot ontsteltenis van de Asen was de gehele burcht drie dagen voor de tijd klaar, alleen de poort ontbrak nog. Loki verzon echter een list. De reus bouwde de burcht met behulp van een hengst, en Loki lokte de hengst weg. De god Loki was een bloedbroeder van Odin, geboren in Niflheim, geboren uit de Vorstreuzen. Loki was de God van het vuur, maar ook van de chaos en de leugen, een onruststoker die vaak van gedaante veranderde en steeds boosaardiger werd. Toen de reus bemerkte dat Loki dit had gedaan, werd hij woedend. Thor werd erbij gehaald. Hij was een vriend van Loki en hield zich bezig met het doodslaan van chaos veroorzakende reuzen. Thor, onwetend van de hele zaak, sloeg zonder te twijfelen de reus met een klap van zijn Bliksem en Donderhamer dood.

Maar de Asen hadden nu hun eed gebroken, omdat ze de herbouw van de burcht hadden verstoord. Dat was iets onvergeeflijks in de Noordse cultuur, het bracht het einde van de wereld naderbij.

Een tweede gebeuren dat het einde tenslotte bracht was de moord op Baldur, de zoon van Odin en Frigg. Odin had Frigg als vrouw, maar hij had daarnaast nog vele andere vrouwen, zoals dat bij vele heersers gewoon was. Hij had een heel stel kinderen gekregen. Zijn zoon Thor - die we al hebben leren kennen - ofwel Donar, de grote strijder, die de hamer van de donder en de bliksem door de luchten gooide; zijn dochter Brunhilde, de Walkure, de wraakgodin, die met haar vrouwenleger over de slachtvelden en door de hemelen suisde en de krijgers in het Walhalla afleverde; zijn zoon Baldur, een wezen van licht, onschuld en volmaaktheid; en nog zijn zoon Hodur die blind was.

BaldurBaldur

Frigg, de vrouw van Odin en de moeder van Baldur wilde het kind Baldur onkwetsbaar maken. Er was een kwetsbare plek, maar zij had alle wezens, bomen en planten de belofte gevraagd, om haar zoon nooit kwaad te doen. Zij was de maretak vergeten. Loki zocht naar die kwetsbare plek. Vermomd als een oud vrouwtje lukte het Loki om Frigg haar geheim te ontfutselen. Daarna gebruikte hij Baldurs blinde broer Hodur als instrument om een maretakpijl af te schieten door hem te helpen deze op Baldur te richten.

Odin wist vooruit dat geen enkele plant dodelijk zou zijn, maar er was immers één plant vergeten en dat was de mistletoe. Zijn blinde zoon doodde Baldur met een pijl van de mistletoe. De dood van Baldur bracht de levensboom Yggdrasil aan het wankelen. Men wist, dat wanneer Yggdrasil, de levensboom, zou gaan beven, de wereldslang zou opstaan en de wereld door overstroming van de oceanen zou vernietigen. Maar Baldurs dood zou er ook toe leiden dat er, na de ondergang, een nieuwe wereld zou ontstaan.

Voordat dit kon gebeuren werd Odin door de wolf Fenris, een zoon van Loki, gedood. Widar, de zoon van Odin, had vervolgens Odin gewroken, door Fenris wolf met zijn blote handen te doden. Loki werd gezien als Beëindiger. Baldur werd gezien als Beginner. Het einde kwam doordat de vuurgod Loki de aarde verbrandde door het vlammende zwaard van Surt, de zwarte vuurreus die in Muspelheim woonde en die Asgard van Midgard zou scheiden.

Zo kwam de ‹Götterdämmerung›, de Ragnarök, tot stand, het einde van het Godenrijk onder de mensen, het einde van de helderziendheid. Maar na de Ragnarök zou Baldur herrijzen, en de aanvoerder van de nieuwe wereld worden. Er zullen overleven Lif(leven) en Lifthrasir (Levenslust), die zich in de takken van de levensboom Yggdrasil schuilhielden, waar zij zich voedden aan de ochtenddauw.

In de prachtige oude mythe van Odin2 klopt alles nog helemaal. De natuurkrachten worden geheel in evenwicht gehouden door de wijsheidskrachten van het positieve goddelijke rijk. Het is terecht dat Odin met zijn Asen regeert. Beleven we dan de latere tijd, dan is dit evenwicht geheel verbroken. De oude wijze goden zijn omvergeworpen, de tegenmachten beheersen het veld. Het zijn de tegenmachten, die uit de natuurkrachten geweldige ondernatuurlijke kracht laten opstijgen, buiten het inzicht van de mens om. Dit beeld is in een veranderde vorm in onze tijd nog altijd van toepassing, we kunnen er veel lering uit trekken. Het enige wapen dat deugt om de chaos uit deze ondernatuurlijke kracht tot rust te brengen, is met denkende lichtkracht liefdevol hierin binnen te gaan om die kracht van binnen uit te doorzien.

Dat is Baldur die door de Christuskracht kan opstaan en in ieder mens zal leven, die deze denkende lichtkracht door oefening liefdevol verwerven en hanteren kan.

2 Van Rudolf Steiner weten we dat Odin dezelfde individualiteit is als Boeddha en dat in Baldur een hoog Zonnewezen leefde.