Gedicht: Levensloop… en een beetje een ode aan het leven

12-03-2018 Artikel van Jérôme ten Noever de Brauw
Gedicht: Levensloop… en een beetje een ode aan het leven

Jerome

Proloog

Een tijd geleden was ik in de aanloop naar mijn vaderschap. Het was november. Met een uitgerekende datum in maart hadden we nog wel even te gaan. De gebruikelijke waan van de dag heeft dan nog steeds de overhand. Maar toch was er opeens zo’n moment dat het heel dichtbij voelde. Een bijzonder moment omdat dit uitmondde in een gedicht dat zich gedurende vier maanden langzaamaan liet schrijven en dat ik twee weken voor de uitgerekende datum pas kon voltooien. Het omschrijft een ervaring die iedere ouder of iedereen die ‘iets in de wereld zet’ volgens mij beleeft, volgens mij kan beleven en wat ik iedereen van harte gun.

In de voorbereiding als aankomende ouders krijg je, zeker als het de eerste keer is, natuurlijk allerlei voorlichting en ga je op zoek naar informatie over wat er eigenlijk gebeurt. In het begin is het lastig om er een concrete voorstelling van te maken. Gelukkig neemt het wel steeds meer vorm aan. Maar uiteindelijk, daar waar de moeder inmiddels het schoppen en draaien voelt, moet je je als vader tevreden stellen met een uiterlijke observatie van een buik die steeds grotere vormen aan neemt en berichtgeving uit de tweede hand over de voetbalwedstrijd met de nieren of andere organen die aan de gang is. Daarnaast moet je alle humeur schommelingen (uiteraard lijdzaam is aan te raden) ondergaan. Wat overigens altijd nog beter is dan ze in jezelf te moeten ervaren inclusief de andere ‘ongemakken’ die het hele gebeuren ook met zich meebrengt.

Een verloskundige wil nog wel eens iets laten zien van wie er komen gaat in een echo beeld. Een goede toelichting is dan wel handig wil je boven en onder en links en rechts niet met elkaar verwisselen. Dat is zo een beetje het dichtste bij wat je als vader bij een ‘persoonlijk’ contact met je nog ongeboren kind kunt komen. Voor de rest moet je je om een beetje feeling te houden met de ontwikkeling van je kind tevreden stellen met boeken die daar allerhande plaatjes van laten zien. Van iets wat op een kikkervisje lijkt tot aan het ‘Tadaaa!’ moment. Over het algemeen prachtige plaatjes en een wonder van techniek. Toch zijn het geen plaatjes van jouw kind. Aan de andere kant, in die tijd was het al mogelijk om een 3D scan van je eigen kind te laten maken maar dat hebben we toch niet gedaan omdat we ook wel een beetje verrast wilden worden en niet alles al verklapt wilde zien. Maar het is ongekend wat medischtechnisch inzichtelijk en zichtbaar gemaakt kan worden. Maar de vraag blijft natuurlijk of je het wilt en of het dat brengt waar je naar verlangt.

Aan de ene kant riep dat moment in november, die realisatie ‘oh, jee dit is echt en het gaat toch echt gebeuren’, natuurlijk heel wat spanning op maar het gaf gek genoeg ook een vorm van rust. En in dat intensieve moment van rust kwam een vraag op. Ik realiseerde me dat ik veel aan het nadenken was, je zou kunnen zeggen aan het ‘voor-voelen’, nieuwsgierig was naar wat er zou gebeuren en wat dit vader worden voor mij met zich mee zou brengen, toen opeens de gedachte-vraag in mij opkwam: ‘Maar hoe zou het eigenlijk voor mijn kind zijn om geboren te gaan worden? Wat zou dit kind ervaren op weg naar de aarde en groeiend in de buik?’. Wat is eigenlijk dit geboren worden? Niet vanuit mijn perspectief, ook niet vanuit de wetenschap en ‘het gemiddelde’ of hoe het zou moeten zijn in de voorbeelden op plaatjes uit boeken, maar heel specifiek gewoon vanuit dit kind. En het gekke was, er kwam meteen een soort van antwoord in twee heldere en treffende zinnen.

“Het eerste dat ik afleg is het kleed”

“Het kleed dat mijn moeder heet ...”

Zoals gezegd heeft zich dit gedicht gedurende vier maanden verder ontvouwd. Het beschrijft iets dat voor mijn gevoel eigenlijk niet in woorden te vatten is en toch is het zo algemeen menselijk dat er eigenlijk maar weinig woorden nodig zijn om het te herkennen of je erin in te kunnen leven.

Dit zijn de woorden:

Het eerste dat ik afleg is het kleed
Het kleed dat mijn moeder heet

Om vervolgens mijn weg te gaan in dit bestaan
Ook steeds verder van mijn vader vandaan

Weer zie ik voor het eerst
Het licht van deze aarde
Daar waar de materie heerst
Waarin zij mij nu baarde

Nu ben ik dan beaard
En sta als naakt te zijn
De tijd maakt steeds meer vaart
En doet mijn wezen pijn

De klok die tikt en slaat het uur
Net als het hart in mijne borst
Het is het ritme van de natuur
Dat over mij nu heerst als een goede vorst

Zo is het eerste dat ik ervaar
De tijd en ritme van dag en nacht
En ik leef er nu ook naar
Zoals dat door mijn moeder is gebracht

Het tweede dat mij wordt gewaar
Dat is de aardse zwaartekracht
En ik ben nu dan werkelijk daar
Daar waar het lot nu op mij wacht

Maar om de bestemming die ik in mij draag
Te kunnen zoeken en te vinden
Zal ik mij met het hier en nu van vandaag
Ook helemaal moeten verbinden

En zo ontstaan het boven en het onder
Als ik mij opricht in dit zijn
Geboren uit de eeuwigheid, maar ik moet nu zonder
Zonder deze hemelse schijn

En naast de ruimte ontstaat voor mij de tijd
Om van het hier en nu vandaan
Geboren uit oneindigheid
In de tijd op weg naar mijn bestemming te gaan

Mijn lichaam is wat zij mij gaven
De stof zij gaf mij dit kristallen huis
Ik zal mij aan haar borst nu laven
Aan de kracht die ik mee krijg van mijn thuis

De levenskracht waarmee ik mij voed
Totdat ik vind hoe ik kan vangen
Kan doorgaan op dezelfde voet
Nu zelf met het bevredigen van mijn verlangen

Mijzelf kan vinden in wat ik eet
In dat wat de groeikracht van moeder aarde heet

Dan is de rest die mij gegeven
Nog in mij leeft als lust en angst
Mijn vader, moeder en broeder die nog in mij leven
Hun afdruk in mij blijft het langst

Zij zijn de basis en de kracht
die mij het mogelijk maken
Om in het ritme van dag en nacht
In mijn kristallen huis thuis te raken
Vervolgens te leven zonder zorgen
Mijn krachten te ontvouwen
En voel ik mij geborgen
Als ik op hun levenskracht kan vertrouwen

Nu moet ik nog scheiden
In al mijn gevoel
Wat mij is gegeven als grond en leiden
Van wat daarin is mijn eigen doel

Zo word ik vrij
En vind ik steeds meer
Het deel van mij
Dat is nog heel teer

Want naast mijn stof
Mijn levenskracht en mijn voelen
Zijn het ook mijn gedachten nu nog heel dof
Die hebben hun eigen doelen

En om die te bereiken in vrije wil
Moet ik scheiden in stof, in kracht en in gevoel
Omgeving van wat werkelijk is mijn spil

Tegelijk mijn kern, tegelijk mijn doel
En in dit middernachtelijke uur
Waar niets mij steunt en niets mij leidt
En alles verbrand is door het vuur
Ben ik dan werkelijk bevrijd?

Want kijk ik om mij heen
Dan zie ik nog steeds dat is wat was
Het blijft bestaan, net als voorheen
en sterker nog nu is het pas

Zoals het werkelijk is
En eigenlijk altijd al was

Dat is het punt, alleen, steeds weer
Waarop ik kan kiezen mijn eigen weg
Keer op keer
In wat ik doe en wat ik zeg

Het is alsof ik nieuw geboren
De hele wereld nu in mij draag
En ik als nooit tevoren
Mij kan verbinden met vandaag

Om uit eeuwig en oneindigheid
Uit deze wereld die is nu mijn
Iets toe te voegen in ruimte en tijd
Nu zelf te baren in dit zijn

Dat wat ik ben
Dat wat ik was
Dat wat ik word wat ik nu ken
En werkelijk nu pas

Kan geven wat op deze aarde
Grond mag zijn waarop jij staat
Dat wat ik voor jou bewaarde
Opdat jij ook je eigen weg op gaat

En ben ik dan opnieuw geboren
Naast jouw lichaam en jouw geest
De krachten die ons toebehoren
Zij zullen zijn zoals zij zijn geweest

Ik ga mijn wegen zoals jij de jouwe
Voor nu gescheiden in ruimte en tijd
En toch zal ik altijd kunnen vertrouwen
Op de krachten die ons binden en die ons hebben bevrijd
Ons hebben gegeven
Als ons eigen hoogste goed
De keuze van een vrije wil hier op aarde te beleven
Opdat het daarmee ook het goede doet

Voltooid Tiel, 23-2-2004

Epiloog

Wat belangrijk is om te weten bij het lezen van dit gedicht is dat ik degene ben die deze letters achter elkaar heeft gezet, deze woorden heeft opgeschreven, deze zinnen heeft gevormd.

In die zin is het slechts een poging van mij om vanuit mijn toekomstig kind te beleven en te verwoorden hoe het is om geboren te worden. Een gebeurtenis die op dat moment steeds duidelijker werd voor ons als ouders en voor mij als vader steeds dichterbij kwam.

Het heeft zich echter ook ontwikkeld tot iets wat je kunt zien als een gesprek. Een antwoord van iemand op een vraag die uit het hart komt. Een gesprek waarin iemand een persoonlijke ervaring deelt. Mijn ervaring, maar daarin juist de ervaring van een ander. De ervaring van iemand die geboren gaat worden.
Omdat het mijn eigen woorden zijn over een persoonlijke ervaring én omdat het gaat om de ervaring van in wezen iemand anders is deze tekst zowel zeer persoonlijk als zeer intiem te nemen. Het geeft daarmee de mogelijkheid voor jou als lezer het in alle vrijheid als ‘slechts’ een persoonlijke ervaring van iemand anders te zien, het te laten voor wat het is en naast je neer te leggen (gepaste scepsis is altijd een probaat middel als dingen een beetje veel worden of niet passen). Of als je het herkent of als het je begrip geeft voor waar je naar op zoek bent, het in vrijheid als een realiteit te nemen.

Maar waarom eigenlijk deze tekst dan delen met anderen? Dit openbaar maken terwijl het eigenlijk een zeer persoonlijk en intiem iets is. Je zou dit wat hier verwoord is namelijk ook kunnen zien als een vertrouwelijk gesprek tussen kind en vader waar niemand anders iets mee te maken heeft. Sterker nog, er vanuit gaande dat dit niet mijn woorden zijn maar de woorden van mijn nog ongeboren kind en zijn ze mij toevertrouwd, wie ben ik om dit openbaar te maken? Vertel ik dan niet iets door dat geheim had moeten blijven? Pleeg ik dan geen verraad met alle mogelijke consequenties en gevolgen van dien ten opzichte van iemand die mij zielsdierbaar is?

Toch heb ik een aantal motieven om dit toch te doen. De belangrijkste is het vertrouwen dat iedereen die dit leest met kennis van de achtergrond en in de wetenschap dat het gaat om een zeer intiem iets, dit met een houding kan doen die hierbij passend is. Past bij dat waar de tekst van bericht én past bij een voor de eigen persoon gezonde houding ten opzichte van deze tekst.

Een tweede is het gevoel en de overtuiging dat wat hier beschreven wordt, hoewel het zeer persoonlijk is, ook zo op zichzelf staand en universeel is dat het totaal niet als ‘van mij’ of ‘van hem of haar’ gezien kan worden. Dit aspect maakt dat het ook niet aan de persoon die eraan deelneemt of aan de persoon die het zegt toe- of aangerekend kan worden. Hiermee is de zorg voor de persoonlijke kwetsbaarheid opgeheven en een vrije menselijke uitwisseling gewaarborgd.

Het derde motief vult als het ware de eerste twee aan maar maakt ze in zekere zin meteen overbodig. Dit motief is mijn hoop dat deze tekst ook het goede doet. De aanleiding, eigenlijk meer de aanzet om dit gedicht te delen is namelijk de ontmoeting met een aantal mensen die jonge kinderen hebben. Zelf ben ik wat ouder misschien, maar toch ook nog wel relatief jong vader. Dit ouderschap, in zekere zin dit ‘in de wereld zetten’ en met als gevolg de situatie die daardoor ontstaat en de vragen die dit oproept ligt dus ook nog dicht bij mij zelf.

Mijn hoop is dat het voor (aanstaande) ouders een beeld kan geven van wat een kind zou kunnen beleven bij het betreden van deze aarde. Dat er een gevoel en begrip ontstaat van wat een zich vormende levensloop is. Maar belangrijker nog dat zij in zich zelf de vraag kunnen vinden waardoor het mogelijk wordt voor het kind om een antwoord te geven in dit leven, op dit leven en met dit leven. En daarbij beiden de vreugde kunnen ervaren die uit dit gesprek kan ontstaan, welke vorm dit gesprek ook zou mogen hebben.

Een laatste opmerking. Het zou lijken dat deze ervaring alleen voorbehouden zou zijn voor ouders. Dat je dit inzicht en gevoel alleen kunt verkrijgen als je kinderen krijgt. Dat is zeker niet zo. Dit is geldend voor iedereen die iets in de wereld wil zetten of iets als ‘zijn (of haar) kindje’ beschouwt. Want eigenlijk zijn onze gedachten, maar meer nog onze woorden en daden ook onze ‘kinderen’. En de vraag is wat er zou gebeuren in de wereld als we met dezelfde zorg, aandacht en liefde die mogelijk is van ouder naar kind ook onze woorden en daden zouden begeleiden.

Jérôme ten Noever de Brauw, Tiel, 16 mei 2017, info@trinamis. nl. Na het seminar met Mieke Mosmuller in Vaassen.